Zo zit het verschil tussen de inflatie van asset- en consumentenprijzen

Komt er nou hoge inflatie of niet? Ja én nee. Inflatie van bezittingen zoals vastgoed en bitcoin zal hoog blijven. Maar consumentenprijzen? Daar zou die wel eens tijdelijk kunnen zijn. Kijk samen met ons op verschillende manieren naar inflatie.

MarktBitcoin

Zo zit het verschil tussen de inflatie van asset- en consumentenprijzen
0%
Bert Slagter
Door Bert Slagter

Komt er hoge inflatie?

In april 2021 bracht de NOS dit spraakmakende bericht: ‘Voor een bestaande woning betaalden kopers in de eerste drie maanden van dit jaar 385.000 euro, 15 procent meer dan vorig jaar. Zo’n grote stijging in een jaar is volgens de NVM de laatste 20 jaar niet meer voorgekomen. Uit de Verenigde Staten en Canada kwamen rond die tijd berichten over enorme prijsstijgingen van voedsel, bouwmateriaal en diensten als kinderopvang.

Kijken we naar de berichtgeving in de media destijds, onthullen zich diverse zorgen rond hoge inflatie in Nederland:

  • ‘Ook in Nederland komt er hoge inflatie, misschien zelfs uitmondend in hyperinflatie’
  • ’Nederlanders zullen in opstand komen als de boodschappen elk jaar met 10% stijgen’
  • ‘Dan zal iedereen op zoek gaan naar een munt die z'n waarde behoudt: bitcoin’

Laten we om te beginnen onderscheid maken tussen groei van de geldhoeveelheid (monetaire inflatie) en hogere prijzen (prijsinflatie). We hebben het hier over het tweede. Het eerste speelt daar een rol in, maar er is zeker geen direct verband. Om te begrijpen of we inderdaad hoge inflatie gaan zien, dat wil zeggen dat de prijzen van vrijwel alles om ons heen hoger worden, moeten we inflatie vanuit een aantal verschillende perspectieven bekijken.

Inflatie van CPI of van assets?

Eerst moeten we verschil maken tussen de inflatie volgens de CPI en inflatie van assets zoals aandelen en vastgoed. De consumentenprijsindex (CPI) meet hoeveel de bestedingen van consumenten duurder worden, zoals voedsel, electronica, vervoer, abonnementen, biertje op het terras, kapper en architect. Bezittingen (assets) zoals aandelen, obligaties, vastgoed, goud en bitcoin zijn er om vermogen in te bewaren en soms een inkomstenstroom te genereren.

Het kan prima zijn dat de inflatie van bestedingen laag is en van bezittingen hoog of andersom. De prijs van deze verschillende categorieën stijgt om verschillende redenen.

Consumptie wordt structureel goedkoper door automatisering, schaalvergroting, globalisering en robotisering. En duurder bij schaarste van grondstoffen en stijging van lonen, bijvoorbeeld door te lage werkloosheid.

Bezittingen worden duurder als te veel geld achter een te klein aantal bezittingen aan jaagt. Bijvoorbeeld omdat door vergrijzing steeds meer mensen geld overhouden. Of omdat bedrijven goedkoop lenen en eigen aandelen inkopen. Of omdat centrale banken assets opkopen in een steunprogramma. Of omdat spaargeld niets meer oplevert en mensen een huis willen verhuren.

Is er hoge asset inflation? Jazeker, al jaren.
Stijgt de CPI op jaarbasis snel? Nee, dat valt reuze mee.

Als we het hebben over de jongere die geen huis kan kopen, dat sparen niet meer loont, of Michael Saylor die bitcoin koopt ‘als bescherming tegen inflatie’, dan hebben we het over asset inflation en niet over de dagelijkse boodschappen.

Tijdelijk of permanent?

Inflatie wordt altijd jaar-op-jaar gemeten. Het beantwoordt de vraag: hoeveel duurder zijn spullen nu dan vorig jaar op dit moment?

Omdat in maart, april en mei van 2020 sommige spullen een stuk goedkoper werden, zien we nu een stevige prijsstijging ten opzichte van een jaar geleden. Denk aan olie (en daarvan afgeleid energie, brandstof) waarvan de koers zelfs eventjes onder nul was. Dat inflatie nu hoog is omdat die een jaar geleden laag was, noemen we base effects.

Een ander tijdelijk effect zien we bij grondstoffen. In de eerste helft van 2021 stegen bepaalde grondstoffen sterk in prijs, bijvoorbeeld timmerhout. Op de kaart hieronder zie je die enorme opmars. Is dat een signaal voor naderende inflatie voor alle bestedingen? Of is dit lokaal en tijdelijk?

Laten we eerst eens kijken of deze hoge koersen wel daadwerkelijk zo uitzonderlijk zijn als ze lijken. Daarvoor corrigeren we de koersen van de futures met de historische inflatie. Het is namelijk logisch dat timmerhout 40 jaar geleden goedkoper was. Alles was toen immers goedkoper. Dat maakt het al iets minder uitzonderlijk, maar overeind blijft dat het een heftige en plotselinge stijging is.

De volgende vraag is of deze prijsstijging blijvend is. Tijdelijke schaarste bij grondstoffen komt geregeld voor. Slechte oogst (maïs, tarwe), oorlog (olie), natuurrampen zoals aardbevingen en overstromingen en problemen met transport. Dat is vaak snel weer ingehaald. Een lage stock-to-flow (S2F) is daarvoor een goede aanwijzing. Waar de hoge S2F van goud en bitcoin vooral gebruikt wordt als maat voor de grote schaarste, veronderstelt een lage S2F dat de productie makkelijk opgevoerd kan worden.

Bij timmerhout is dit vrijwel zeker ook het geval. De productie ervan kan snel worden opgeschaald als dat nodig is. De koers van grof hout (timber) is nauwelijks gestegen, wat suggereert dat er aan hout als grondstof geen gebrek is. Vermoedelijk zijn onvoldoende productiecapaciteit en verstoring van logistiek verantwoordelijk voor het tekort en de oplopende prijzen.

Ook beleggers verwachten dat de prijs van timmerhout weer gaat dalen. De lumber-futures zijn in backwardation: hoe verder de afloopdatum van de future in de toekomst ligt, hoe lager de prijs. In dit artikel schreven we eerder over de werking van futures en de betekenis van contango en backwardation.

Een laatste tijdelijke factor is dat bestedingen tijdens de coronacrisis uitgesteld zijn door voorzichtigheid of lockdowns en later ingehaald worden. Dat is ook een tijdelijke verhoging van de vraag en (mogelijk) de prijzen.

De Federal Reserve ziet de inflatie in de VS nu iets oplopen en zegt dat ze verwachten dat die inflatie ‘transitory’ is - van voorbijgaande aard: “Inflation has risen, largely reflecting transitory factors”. Tijdelijk dus? We zullen zien.

Korte of lange termijn?

Net als bij de bitcoinkoers moet je bij inflatie goed kijken naar de tijdsperiode op de kaart: ‘when in doubt, zoom out’. Zo zien we dat de grondstoffenindex CRB flink gestegen is de afgelopen maanden...

... maar blijkt dat die, als we uitzoomen naar de afgelopen decennia, nu niet eens zo heel hoog te staan. Dus timmerhout mag dan duur zijn, als je een index pakt met daarin ook nog aluminium, cacao, koffie, koper, mais, katoen en nog 12 grondstoffen, en je kijkt van wat verder weg, dan valt het reuze mee.

Het prijspeil kan best een aantal jaar stijgen om daarna terug te keren naar de decennialange trend van lage inflatie, hoofdzakelijk gedreven door de eerder genoemde krachten die inflatie omlaag brengen. Twee voorbeelden.

Digitalisering. Steeds meer zaken worden gedigitaliseerd en enorm veel goedkoper gemaakt. Boeken, films, muziek, communicatie, navigatie, fotografie en spelletjes kennen we inmiddels wel. Maar onderwijs en vergaderen volgen nu ook. En later productie door 3D-printen.

Robotisering. Robots in fabrieken kennen we. Maar zelfrijdende auto’s die taxichauffeurs vervangen en autobezit onnodig en zelfs onplezierig maken horen hier ook bij.

Komt er inflatie? Ja én nee!

Ja - asset inflation is in volle gang en zal de komende jaren nog in de ‘double digits’ blijven. Ook de consumentenprijzen zullen tijdelijk hogere inflatie zien, door base effects en tijdelijke verstoringen.

Nee - de langetermijntrend voor consumentenprijzen is lage inflatie of zelfs deflatie door automatisering, schaalvergroting, globalisering, robotisering en vergrijzing.

En falende munten dan, zoals in Venezuela, Libanon en Turkije? Het is niet te ontkennen dat de inflatie daar torenhoog is. Het ligt in de lijn der verwachting dat dit voor steeds meer landen zal gelden. Maar de euro is als een-na-laatste aan de beurt, vlak voor de dollar. Hier geldt het MMT-adagium, ooit door Alan Greenspan verwoord: “The United States can pay any debt it has because we can always print money to do that. So there is zero probability of default.

Tussen de rokende puinhopen van falende nationale munten blijven de sterkste munten overeind omdat ze onbeperkt geld kunnen creëren en zo de bestedingen (CPI) van hun burgers kunnen financieren.

Inflatie als argument voor het bezitten van bitcoin (zoals MicroStrategy, SeeTee en Nexon noemden) blijft stevig overeind. Dat zit in het domein van asset inflation. Maar kijk uit dat je als bitcoiner je lot niet te veel verbindt aan CPI-inflatie, want dat zou wel eens kunnen tegenvallen.

Over de auteur

Bert Slagter

Bert Slagter

Medeoprichter van LekkerCryptisch. Achtergrond in informatica en natuurkunde. Bouwt mooie software, teams en bedrijven. Student van geopolitiek, macro-economie, complexe systemen en waarschijnlijkheid. Op zoek naar het signaal in de ruis.

Steun

LekkerCryptisch wordt gesteund door:

Altijd op de hoogte