Minister van Financiën bedondert parlement bij invoering witwasregime

Een ‘democratisch dieptepunt’: de manier waarop het nieuwe witwasregime door de Tweede Kamer is geloodst. De reden? Onze Minister van Financiën heeft het partlement bij de invoering ervan gewoonweg bedonderd.

Regelgeving

Minister van Financiën bedondert parlement bij invoering witwasregime
0%
Peter Slagter
Door Peter Slagter

Kritiek

We hebben er regelmatig over gerapporteerd: de verstrekkende consequenties van het ‘te strenge Nederlandse witwasregime’. Het begon allemaal met de publicatie van een nieuwe richtlijn door het Europees Parlement. AMLD5, een verbeterde versie van z’n voorganger AMLD4. Via een wetsvoorstel is het de bedoeling dat de voorschriften in de Nederlandse wet worden geïmplementeerd.

Al voordat het wetsvoorstel de Tweede Kamer bereikte, was duidelijk dat het om een spraakmakend kamerstuk zou gaan. Begin januari eindigde de zogeheten internetconsultatie, die in totaal 31 (openbare) reacties opleverde. Die reacties worden (zogezegd) gebruikt om het wetsvoorstel bij te schaven.

In april dit jaar hebben de ministers de Raad van State (RvS) om feedback gevraagd op het wetsvoorstel in wording. Ze kregen een duidelijk antwoord: ‘we [de RvS] hebben bezwaar tegen het invoeren van een vergunningsstelsel’. Sterker nog: “de [Europese] richtlijn maakt het niet mogelijk om de daarin voorgeschreven registratieplicht vorm te geven als een (verdergaande) vergunningplicht met voorafgaande toetsing”.

Op dit moment in tijd was de kritiek nog relatief mild. De RvS stelt dat er geen sprake mag zijn van een vergunning en ook niet van eisen die een andere wet toebehoren. Vanuit de markt concentreert men zich op onwerkbare technische eisen en (foutieve) kostenberekeningen van kosten van implementatie en toezicht.

Verkapt vergunningsregime

Even is het rustig rondom het beoogde witwasregime. Met alle suggesties, ideeën, feedback, en kritiek op zak was het tijd om tot een wetsvoorstel te komen. Die kwam er: op 1 juli is het wetsvoorstel officieel ingediend.

Wat daaruit blijkt is dat de betrokken ministers het beoogde vergunningsstelsel inderdaad hebben laten varen. Goed nieuws, toch? Neen. Er wordt doodleuk – onder de noemer van een registratieplicht – iets gelijksoortigs voorgesteld. Het wetsvoorstel kopieert een deel van de Wet op financieel toezicht (Wft) naar de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Voilá. Geen vergunningsstelsel, maar wel dezelfde eisen.

Het resultaat is een wetsvoorstel dat – ondanks alle publieke reacties erop – alsnog op essentiële punten een stuk verder gaat dan wat de Europese richtlijn voorschrijft. Bovendien legt het marktpartijen wel de kosten op van een vergunningsregime, maar ontvangt het daarvoor niet de baten.

Minister bagetelliseert impact wetsvoorstel

Zoals gebruikelijk volgen er vragen van kamerleden op het wetsvoorstel. Die worden schriftelijk beantwoord in een zogeheten ‘nota naar aanleiding van het verslag’. In dit geval gaat het om kamerstuk 35245-6, en die pakken we er even bij.

De CDA-fractie stelt een vraag over het beoogde verbod op het gebruik van contant geld voor betalingen boven de 3.000 euro. Of dat ook in dit witwasbeleid kan worden meegenomen. Het antwoord: “De implementatiewet beperkt zich tot de implementatie van de wijziging van de vierde anti-witwasrichtlijn. Het is staand kabinetsbeleid om richtlijnen beleidsarm in nationale wetgeving om te zetten.”

Het woord beleidsarm betekent in essentie dat er bij de implementatie van een Europese richtlijn géén nadere eisen geïntroduceerd worden. Het is duidelijk dat daarvan geen sprake is. Naast dat je broek afzakt van het antwoord, worden de voorgestelde maatregelen ten onrechte afgezwakt weergegeven.

Afijn. Door naar leden van de fractie van GroenLinks. Zij herinneren de minister eraan dat De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) voorstander waren van een vergunningsstelsel. Op de vraag of het wetsvoorstel voor hen nog wel voldoet antwoordt de minister:

“AFM en DNB hebben echter in hun advies over de regulering van aanbieders van diensten met virtuele valuta’s aangegeven dat zij op dit moment geen noodzaak zien om andere eisen te stellen dan de eisen die uit de wijziging van de vierde anti-witwasrichtlijn volgen. AFM en DNB zien dus geen aanleiding om bijvoorbeeld prudentiële regels te stellen.”

Wederom suggereert de minister dat het wetsvoorstel de vierde anti-witwasrichtlijn tot op de letter volgt. Bovendien haalt hij er voor de politiek belangrijke spelers als DNB en AFM bij om dat idee kracht bij te zetten.

Onjuiste voorstelling van zaken

De afgelopen maanden hebben allerlei belanghebbenden de Tweede Kamer proberen te overtuigen dat het wetsvoorstel wél verder gaat dan de Europese richtlijn en daarnaast in strijd is met advies van de Raad van State.

Zo kwamen advocaten Frank ’t Hart en Els Deerenberg in november tot de vlijmscherpe conclusie dat de ministers de Tweede Kamer een “onjuiste voorstelling van zaken” hebben gegeven:

  1. Het wetsvoorstel bevat strengere eisen dan de richtlijn.
  2. Het wetsvoorstel bevat van de richtlijn afwijkende normen rondom bedrijfsvoering.
  3. Het wetsvoorstel introduceert, tegen het advies van de Raad van State in, een vergunningstelsel onder de vlag van een registratieplicht.

Inmiddels nadert 3 december, de dag waarop het wetsvoorstel in een plenaire debat wordt behandeld door de Tweede Kamer. Het is één van de laatste momenten om kritische vragen te stellen, en daar is aanleiding genoeg voor. De mitsen en maren zijn door de sector op een presenteerblaadje aangereikt.

Wat blijkt: op een enkele bijzin na is er weinig weerstand. De impact wordt stelselmatig kleiner voorgedaan dan het in werkelijkheid is. Onder de noemer van een ‘kat en muisspel’ tussen staat en criminelen worden de voorgestelde regels als gegeven beschouwd.

Precies een week later wordt er gestemd over het wetsvoorstel. Met uitzondering van de PVV geven alle fracties de wet groen licht. Aangenomen, en door. Het ligt nu bij de Eerste Kamer, die hierover op 17 december haar eerste procedurevergadering gaat houden.

Documenten DNB achtergehouden?

In het verhaal van de minister aan de Tweede Kamer zou de toezichthouder geen redenen zien om andere eisen te stellen dan die uit de Europese richtlijn volgen. Maar uit een reactie op een consultatie over een uitvoeringsbesluit rond deze wet blijkt dat DNB wel degelijk “de waarborgen die een vergunningstelsel biedt nog altijd onderschrijft”.

Opvallend is ook dat die reactie pas afgelopen vrijdag online is gekomen, ruim na de sluiting van de consultatieperiode. En bovendien nadat het plenaire debat is gevoerd. Sterker nog: de wet is al door de Tweede Kamer heen. Scherp gezien van Simon Lelieveldt, die aan dit fiasco een lezenswaardige Twitter-thread heeft gewijd.

En dan is er nog het mysterie van de verdwenen DNB-reactie. Aan de hierboven genoemde consultatie was een tweede document gekoppeld, met als naam ‘reactie DNB op concept wetsvoorstel AMLD5 DNB De Nederlandsche Bank N.V.’. Ook dat document kwam pas afgelopen vrijdag online, maar is om nog onbekende redenen nu niet meer in te zien.

Gelukkig hebben we er nog een lokale kopie van. In het document lezen we dat DNB pleit voor een aanscherping van de voorgestelde regels, te weten op het gebied van een ‘transparante zeggenschapsstructuur’ en een ‘integere en beheerste bedrijfsvoering’. Eisen die ook te vinden zijn in de Wft en de Wtt 2018. Eén keer raden welke eisen uiteindelijk in de door de Tweede Kamer goedgekeurde wet zijn beland? Juist.

Tenslotte zijn er nog de slides van een seminar “integriteitstoezicht crypto’s” die door DNB gegeven is aan geïnteresseerde partijen op 8 november. Slides die tijdens dit voorlichtingsmoment overigens als geheim gekwalificeerd werden. Ook daarin zien we dat de aangescherpte regels al opgenomen zijn.

FATForiet?

Het mag nu duidelijk zijn dat er van een ‘beleidsarme aanpak’ geen sprake is, ookal heeft de minister zijn best gedaan om het wetsvoorstel wel zo te presenteren. Sterker nog, het heeft er alle schijn van dat het (verkapte) vergunningsregime vooraf al in steen stond gebeiteld. Zo zijn niet alleen collegaministers bedonderd, er is ook een wet de Tweede Kamer doorgekomen die directe impact heeft op innovatie en startups in Nederland. Het eerste slachtoffer ervan heeft zich al bekendgemaakt.

En waarom? Dat is een vraag waar we enkel een vermoeden bij hebben.

Eén van de drijfveren kan de Europese deadline zijn die is gesteld aan het implementeren van de richtlijn. De wet moet voor 10 januari 2020 zijn vernieuwd. Maar dat verklaart nog niet waarom de Nederlandse wet strenger moet zijn dan wat de richtlijn voorschrijft.

Maar de kans is groter dat men Nederland als favoriet van de FATF wil wegzetten. De eerstvolgende evaluatie volgt in 2020 en dan is het natuurlijk belangrijk dat men wel de indruk krijgt dat we goed bezig zijn. En met deze maatregelen maakt Hoekstra zich daar geen zorgen over, getuige het plenaire debat waarin de FATF zijdelings langs kwam. Nederland als FATForiet.

Wat de precieze reden ook is, het resultaat is dat het ondernemers- en innovatieklimaat in de cryptosector in Nederland flink verslechtert. De hoop is nu gevestigd op de Eerste Kamer. Mogelijk weet men daar de ogenschijnlijk ‘institutionele vooringenomenheid’ een halt toe te roepen door gedegen onderzoek te doen.

En anders hebben we altijd nog een goedwillende rechter. Toch?

Over de auteur

Peter Slagter

Peter Slagter

Hoofdredacteur en medeoprichter van LekkerCryptisch. Voorliefde voor techniek en economie, met in het bijzonder de overlap tussen die twee. Vind het leuk om complexe onderwerpen toegankelijk te maken voor een breed publiek.

Steun

LekkerCryptisch wordt gesteund door BLOX.

Altijd op de hoogte