Rechter trekt rechtmatigheid van cryptobeleid DNB in twijfel

De voorzieningenrechter heeft uitspraak gedaan in de zaak tussen Bitonic en De Nederlandsche Bank. De rechter erkent de bezwaren en twijfels rond het beleid van DNB: ‘het registratieregime lijkt kenmerken te vertonen van een vergunningsregime’.

RegelgevingBitcoin

Rechter trekt rechtmatigheid van cryptobeleid DNB in twijfel
0%
Peter Slagter
Door Peter Slagter

Eis niet van tafel

Woensdagochtend rond een uur of elf verscheen een bericht waar Nederlandse cryptobedrijven sinds 23 maart met spanning op hebben gewacht: de uitspraak in de spoedprocedure die door Bitonic was aangespannen tegen DNB.

Centraal in het dispuut staat een strenge eis aan de controle van wallets, beter bekend als ‘whitelisting’ of ‘wallet-verificatie’. Dat houdt in dat aangetoond moet zijn dat de ontvanger van cryptovaluta ook de houder van de wallet is waar naartoe verzonden wordt, bijvoorbeeld door de klant een screenshot ervan te laten overhandigen.

De eis kon op weinig begrip rekenen, omdat dit volgens de cryptobedrijven verder gaat dan de wet, weinig zekerheid toevoegt, maar wel inbreuk maakt op de klantvriendelijkheid van hun diensten. Op de brandbrief van de sector aan het adres van DNB met het verzoek om deze eis in te trekken is de toezichthouder niet ingegaan.

Het is dus niet zo gek dat de sector, met Bitonic als aanvoerder, graag van de rechter wil horen of deze eis in overeenstemming is met de geldende regels en besluiten. Het definitieve antwoord daarop moet uit een bezwaar- en beroepsprocedure volgen. Niet alleen is dat de gebaande weg, voor de voorzieningenrechter is deze zaak eenvoudigweg te complex om tot een “integrale beoordeling van de rechtmatigheid van het registratievereiste” te komen.

Wel erkent de rechter dat het van spoedeisend belang is dat Bitonic het registratievereiste aanvecht. Volgens de rechter is de walletverificatie-eis in de praktijk onderdeel geworden van de registratieprocedure en staat Bitonic in haar volste recht om bezwaar te maken.

Toch blijft voorlopig alles nog bij het oude. “Het schorsen van het registratievereiste kan alleen aan de orde zijn als aan de belangen van Bitonic bij de schorsing ervan een zwaarder gewicht moet worden toegekend dan aan de belangen van DNB bij het in stand laten van het registratievereiste”, zegt de rechter. Die afweging eindigt in het voordeel van DNB, onder andere omdat “Bitonic inmiddels alle door DNB vereiste maatregelen al heeft genomen en dat het in de praktijk wel mogelijk is gebleken daar al maanden uitvoering aan te geven.”

Kritiek op toezichthouder

Ondanks dat wallet-verificatie nog op tafel ligt, is de uitspraak ontvangen als overwinning voor Bitonic en de sector. Dat komt omdat de rechter grotendeels mee gaat in de bezwaren van Bitonic en vraagtekens plaatst bij het beleid van DNB. “Bij de voorzieningenrechter bestaan twijfels of DNB, gelet op de (Europese) wet- en regelgeving, het registratievereiste heeft kunnen uitwerken op de wijze waarop zij dat in dit geval heeft gedaan”, schrijft de rechter in haar voorlopige oordeel. 

Wat volgt is erkenning van de bezwaren die door Bitonic gedurende het proces ingebracht zijn, met als klap op de vuurpijl een opmerking over de aard van het registratieregime. “De invulling die DNB aan het registratieregime heeft gegeven in het geval van Bitonic lijkt naar voorlopig oordeel kenmerken te vertonen van een vergunningsregime, nu de invulling van het registratievereiste is onderworpen aan een vrij ver gaande voorafgaande toetsing”, schrijft de rechter. Dat lijkt sterk op de ‘drol met het gouden randje’ waar we in april 2020 over schreven.

Hoe we dit moeten duiden? Dat horen we van Willem-Jan Smits, oprichter en advocaat bij Watsonlaw. “De rechter lijkt de standpunten van Bitonic op hoofdlijnen te volgen. Ze lijkt van oordeel dat het registratievereiste buitenproportioneel is en ook dat het registratieregime feitelijk een vergunningsregime is. Dat is zeer relevant voor de rest van de procedure.”

Uiteindelijk is dat waar het om gaat, de procedure die volgt op deze uitspraak. De bal ligt nu bij DNB, die van de rechter de opdracht heeft gekregen om binnen zes weken na deze uitspraak te reageren op het bezwaar van Bitonic. Of de zaak daarna helemaal is afgedaan? Dat hangt af van de beslissing die DNB neemt. Het zou ons niet verrassen als het daarna nog een staart krijgt via een – veel uitgebreidere – beroepsprocedure.

Over de auteur

Peter Slagter

Peter Slagter

Hoofdredacteur en medeoprichter van LekkerCryptisch. Voorliefde voor techniek en economie, met in het bijzonder de overlap tussen die twee. Vind het leuk om complexe onderwerpen toegankelijk te maken voor een breed publiek.

Steun

LekkerCryptisch wordt gesteund door:

Altijd op de hoogte