Nieuwe anti-witwasregels voor cryptobedrijven dodelijk voor innovatie

De impact van nieuwe regels voor Nederlandse cryptobedrijven ontvouwt zich. Bedrijven die verhuizen of met verregaande toezicht worden geconfronteerd. Maar bovenal: de dood van innovatie bij kleine bedrijven.

Regelgeving

Nieuwe anti-witwasregels voor cryptobedrijven dodelijk voor innovatie
0%
Peter Slagter
Door Peter Slagter

Registratieplicht voor cryptodiensten

Zeer waarschijnlijk treedt er dit jaar een registratieplicht in werking voor ‘aanbieders van cryptodiensten’. Op geregistreerde partijen wordt vervolgens toezicht gehouden door De Nederlandsche Bank. Het is het gevolg van de Nederlandse implementatie van een Europese richtlijn rondom witwasbeleid.

Het wetsvoorstel, dat een stuk verder gaat dan wat de Europese richtlijn vereist, is door de Minister van Financiën op dubieuze wijze door de Tweede Kamer geloodst. Misschien omdat vanuit Europa een deadline was opgelegd: uiterlijk 10 januari 2020 moesten lidstaten hieraan gerelateerde wetgeving van kracht laten gaan.

Dat is Nederland niet gelukt. Het wetsvoorstel ligt nu bij de Eerste Kamer, waar commissie Financiën zich op 28 januari over de implementatiewet gaat buigen met een voorbereidend onderzoek. Gemiddeld ligt de doorlooptijd van een wetsvoorstel in de Eerste Kamer rond de 90 dagen, dus dat kan nog wel een paar maanden duren.

Ongunstig klimaat voor bedrijven

Kortgezegd is het effect van het wetsvoorstel dat cryptobedrijven aan bedrijfsvoeringseisen moeten voldoen, aanzienlijke registratie- en toezichtskosten moeten betalen, en extra drempels moeten opwerpen voor hun gebruikers. Het idee is dat ‘we’ daar inzicht en veiligheid voor terugkrijgen.

Voor bedrijven die in Nederland gevestigd zijn, primair de Nederlandse markt bedienen, en in staat zijn de bijkomende kosten te kunnen dragen, is er relatief weinig aan de hand. Brokers als Bitvavo, Bitcoin Meester, SATOS, en Bitonic zijn professionele partijen en waren al goed op weg, ook in de context van nieuwe regels.

Overigens is over de genoemde toezichtskosten weinig bekend. De registratie kost minimaal €8.100, en daar komen periodieke kosten bovenop. De meeste schattingen spreken over minimaal tienduizenden euro’s per jaar.

Het ondernemersklimaat wordt al wat ongunstiger als we overstappen naar internationaal opererende organisaties. Zo kwam onlangs naar buiten dat Deribit, een in Nederland gevestigd handelsplatform voor bitcoinderivaten, zijn activiteiten naar Panama verhuist. We spraken daarover met Luuk Strijers, commercieel directeur van Deribit.

“De optie om naar een offshore-rechtsgebied te verhuizen ligt al geruime tijd op tafel”, vertelt Strijers. “Maar de definitieve beslissing voor de verhuizing is pas zeer recent genomen.”

Die beslissing heeft alles te maken met de aankomende registratieplicht en verregaande toezicht. “De beslissing is gebaseerd op drie redenen”, vertelt Strijers. “De Nederlandse wetgeving is strenger dan Europa voorschrijft, binnen Nederland is onduidelijkheid over de rechtspositie van crypto-derivaten, en binnen de Europese Unie ligt er tot nu toe ook nog geen eenduidige visie op deze opkomende financiële markt.”

Voor Deribit is het een kwestie van de eigen concurrentiepositie gezond houden. “Stel je bent cliënt uit Singapore en je handelt op Deribit met geld dat je gespaard hebt. Nu veranderen Nederlandse regels, en moet je ineens allerlei documenten overleggen waar Deribit volgens jou niets mee te maken heeft”, geeft Strijers als voorbeeld. “Zo’n klant is snel overgestapt naar een andere dienstverlener.”

Dat de wet een verbod kent op het aanbieden van dergelijke financiële diensten in Nederland van buiten de Europese Unie is Strijers mee bekend. “Om onzekerheid bij onszelf en bij onze klanten te voorkomen, hebben we besloten naar Panama te verhuizen en niet (actief) aan te bieden in Nederland.” Of dat nog een staartje krijgt, moet blijken na de in werking treding van de wet.

De dood van innovatie

Tot dusver hebben we het alleen gehad over bedrijven die de kosten van toenemende regeldruk kunnen dragen. Zij kunnen – als de wil er is – verder met hun onderneming. Kijken we naar kleinere bedrijven, wordt de situatie op z’n zachtst gezegd schrijnend.

Van vijf startups is bekend dat ze geforceerd de handdoek in de ring moeten gooien. Het gaat om Bottle Pay, Post-a-Coin, Coingarden, Simplecoin, en Chopcoin.

Post-a-Coin was een initiatief van Bèr Kessels. Het ging om een eenvoudig en onbewimpeld idee. Je kon unieke ansichtkaarten bestellen die tevens als Bitcoin-kadokaart dienden. Geboren uit de passie om Bitcoin bekend(er) te maken bij een breed publiek, en geworden tot een klein bedrijfje dat zichzelf overeind kon houden.

Kessels vertelt ons dat hij zijn casus voorgelegd heeft aan de toezichthouder in spé, De Nederlandsche Bank. “Valt mijn product onder het voorgenomen toezicht?”, is zijn logische eerste vraag. “Jazeker”, is het korte antwoord van het panel van zeven DNB-experts. Dat nationale theaterbonnen, bol.com-cadeaukaarten, en andere tegoedbonnen de dans ontspringen hebben die experts weinig boodschap aan. “Die werken met euro’s, niet met crypto.”

“En wat zijn de kosten dan?”, vraagt Kessels. “Dat weten we niet”, is het korte antwoord. Je begrijpt dat het cruciaal is voor Kessels om dit snel te weten. “Wanneer wordt dit dan bekendgemaakt?”, vraagt hij. “Dat weten we ook nog niet.”

Aan alles is te merken dat DNB weinig affiniteit heeft met kleine bedrijven. “Je krijgt geen enkel concreet antwoord”, vertelt Kessels. “Voor details zou ik maar een jurist moeten inschakelen. Ze stelden ook voor ‘het gewoon maar te proberen’.”

Niet dat Post-a-Coin dan een hoge kans zou maken om te overleven. “We moeten de hele directie doornemen”, vertelt het panel hem. “In dit geval jou dus. Maar we staan zeer sceptisch tegenover organisaties zonder aparte en duidelijk afgescheiden risico, analyse, en compliance-afdelingen.”

Je vraagt je af van welke planeet de DNB-experts komen. De kosten voor toezicht zijn al een meervoud van de jaarlijkse omzet. En kom je in de praktijk ooit een eenmanszaak tegen met compliance-functionarissen en een risicoanalyseafdeling? Een veel slechtere match tussen de realiteit van kleine bedrijven en de papieren werkelijkheid van een toezichthouder is ondenkbaar.

“Is er dan een sandbox of andere opzet waarbinnen innovatie bij kleine bedrijven wél mogelijk is?”, vraagt Kessels terecht door. “Nee. Er is wel wat voor fintechbedrijven. Daar kan je aan meedoen, maar je zal je toch gewoon moeten registreren.”

Ook Pieter Poorthuis kwam als oprichter van Coingarden al snel tot de conclusie dat zijn bedrijf het niet zou overleven. “We hadden een simpel product, juist om fraude en witwassen te voorkomen”, vertelt Poorthuis ons. “Bij beleidsarme invulling van de Europese richtlijn was Coingarden zeer waarschijnlijk niet gestopt.” Met pijn in het hart, zowel bij Poorthuis als bij zijn klanten, werd op 1 januari 2020 de stekker eruit getrokken.

Hoge kosten, administratieve rompslomp, een toezichthouder die van begrip niets laat blijken. Er zit maar één ding op: zowel Post-a-Coin als Coingarden de prullenbak in. De dood voor innovatie onder startende bedrijven.

Introduceer financiële ondergrens

Natuurlijk is innovatie onder startende organisaties nog mogelijk, maar énkel als dat gepaard gaat met durfkapitaal. De centrale bank als toezichthouder verwacht een bestuur, meerkoppige directie, een HR-afdeling, en contact met juridisch medewerkers of een advocatenbureau. Probeer dan nog maar eens vanaf een zolderkamer te innoveren.

Het is het perfecte recept voor Nederland Monopolieland. Een alleenrecht op innovatie voor grote bedrijven en de gevestigde orde. Het riekt zelfs naar ingepakt toezicht, een situatie waarin overheidsinstanties zodanig beïnvloed worden door sectoren of belangengroepen dat zij eerder de belangen van die groepen dienen dan het algemeen belang.

Nu gaat een beschuldiging van regulatory capture wat ons betreft te ver. Maar een tegenbeweging is nog niet in gang gezet. Zo zou de wetgever een financiële ondergrens kunnen introduceren om kleine bedrijven te ontzien van de administratieve en financiële lasten. Je zou kunnen denken aan een gelaagd registratiesysteem, zodat de activiteiten wel bekend zijn, maar nog zonder dat erop toegezien wordt. Of een zandbak waarin startups kunnen spelen zonder lamgelegd te worden door dezelfde regels die op commerciële grootbanken worden toegepast.

En waarom is er gekozen voor DNB als toezichthouder, en niet de Autoriteit Financiële Markten (AFM)? Laatstegenoemde heeft veel meer raakvlak met opkomende sectoren, zoals (kleine) casino’s, remittancebedrijven, en de goudhandel.

Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden, vertelt in gesprek met FTM dat de politieke gang van zaken verre van fraai is. “Kan het grote gevolgen hebben voor de partijen die aan de registratie moeten voldoen: ja. Is het rechtmatig? Waarschijnlijk niet, maar dat zullen we pas weten als de Europese Commissie zich erover uitspreekt.”

Het is ons een raadsel waarom bovenstaande voor de hand liggende maatregelen niet in het wetsvoorstel zijn opgenomen. In de bespreking ervan in de Tweede Kamer werden nauwelijks kritische vragen gesteld, alsof het om een impactloos administratief detail zou gaan. Daarover in gesprek gaan met volksvertegenwoordigers is problematisch; die lijken in dit geval net zo ver van de realiteit af te staan als het panel van DNB-experts.

Hoewel – in de context van de Wet financieel toezicht (Wft) blijkt het wél mogelijk te zijn om rekening te houden met dezelfde problematiek. Betalingsexpert en compliance-adviseur Simon Lelieveld attendeert ons op de in de Wft opgenomen vrijstelling van de vergunningsplicht voor ‘kleine betaaldienstverleners’. Eén keer raden wat daarvan onderdeel is: juist, een financiële ondergrens. Waarom is deze systematiek niet ook toegepast op de Wwft?

Eerste Kamer: kom in actie!

We doen daarom nog maar eens een oproep aan de Eerste Kamer, de enige plek waar nu nog wat gedaan kan worden aan deze draconische maatregelen. Maak pas op de plaats zodat het wetsvoorstel bijgeschaafd kan worden.

Dat er nog eens goed gekeken moet worden naar de wetteksten hoeven de Nederlandse senatoren niet alleen van ons aan te nemen. Ook de Raad van State heeft stevige kritiek geuit op de gang van zaken. Vraag nog eens om hun visie op deze materie als onafhankelijk adviseur, en kijk ook naar de genuanceerde kritiek die vanuit de sector is gekomen.

Enfin. ‘Ja’ voor extra veiligheid, en ‘ja’ voor gepast toezicht. Maar maak kleine ondernemers niet kapot.

Over de auteur

Peter Slagter

Peter Slagter

Eén van de oprichters van LekkerCryptisch. Actief met cryptovaluta sinds de opkomst van de bitcoin. Houdt van het innovatieve karakter van crypto en blockchaintechnologie, en volgt de ontwikkelingen in de markt op de voet. Verbindt graag techniek met business, en houdt ervan moeilijke concepten toegankelijk te maken voor een breed publiek.

Altijd op de hoogte